Helena (Leentje) Seijffers

Leentje Seijffers werd op 19 april 1862 geboren in Den Bosch op het Hinthammereinde, midden in het stadscentrum. Haar ouders waren Levi Seijffers en Sara de Jong. Het gezin telde 7 kinderen.

 

In 1884 overlijdt de moeder van Leentje. 2 jaar later verhuist het gezin van Den Bosch naar Uden. Dan breekt er een periode aan waarin Leentje diverse dienstbetrekkingen heeft, steeds bij Joodse families in Nederland. Zo heeft ze dienstbetrekkingen in steden als: Den Haag, Nijmegen, Amsterdam en Deventer. In 1891 is haar vader overleden. In dat zelfde jaar trouwt haar zus Rosa met de Joodse Udenaar Bram Wolf en wonen zij aan de Veghelsedijk, nu nummer 34. Na iedere dienstbetrekking komt Leentje korte of langere tijd bij haar zus en zwager wonen aan de Veghelsedijk. Tot 1912, dan blijft ze voorgoed bij het gezin van haar zus in Uden wonen.

 

Haar zus Rosa is in 1892 bevallen van zoon Louis. Een jaar later wordt de tweeling Cato en Izaak geboren. Izaak overlijdt na 2 maanden.

 

In 1921 trouwt Louis Wolf met Bertha Andriesse uit Veghel en gaat in Veghel wonen. Louis en Bertha krijgen daar 3 kinderen. Later zal dit gezin naar Oss verhuizen.

De kinderen van Louis Wolf en Bertha Andriesse:

(v.l.n.r.) Hertog, Rosa, Abraham.

(Bron: collectie Werkgroep Struikelstenen Uden)

Bertha Andriesse en Louis Wolf.

(Bron: collectie Werkgroep Struikelstenen Uden)


 

In 1922 komt vanuit Apeldoorn de oudste dochter van Jacob Seijffers, een broer van Leentje en Rosa, bij de familie Wolf aan de Veghelsedijk wonen. Het meisje heet Sara en is dan 6 jaar en zal 5 jaar in Uden bij de familie Wolf blijven wonen. Ze gaat in Uden naar de lagere school. De meisjesschool is een Rooms Katholieke school en wordt gerund door nonnen. Omdat Sara Joods is gaat ze in Uden naar de openbare school waar alle andere kinderen uit Uden op zitten. Alle andere kinderen zijn dus de jongens. Hier zien we haar zitten:

Sara Seijffers, midden vooraan met strik.

(Foto: collectie Stichting het Uden-archief van Bressers)

Een jaar later komen we haar samen met de Joodse Udense Rosette van Zwanenbergh tegen op de openbare lagere school.

Geheel links Rosette en daarnaast Sara.

(Foto: collectie Stichting het Uden-archief van Bressers)

Het is dan 1924. In Uden wordt de Openbare lagere school een Rooms Katholieke jongensschool. We zien dan in een krantenartikel dat Bram Wolf voor zijn nichtje waar hij voor zorgt een vergoeding voor de tram aanvraagt omdat zijn nichtje niet meer in Uden naar school kan gaan en daarom naar de Openbare lagere school in Veghel gaat. Ook de vader van Roset vraagt deze vergoeding aan, die ze overigens niet krijgen want deze 2 Joodse kinderen kunnen in Volkel naar de Openbare lagere school.

 

In 1927 vertrekt Sara weer uit Uden en gaat terug naar haar ouders in Apeldoorn. Ze gaat daar in de keuken van het Apeldoornse bos werken. Een Joodse zwakzinnigeninstelling.

Dat Sara nog regelmatig in Uden komt kan afgeleid worden uit deze foto die in Uden gemaakt moet zijn gezien de achtergrond en de stoel, menig Udenaar is met deze stoel op de foto gezet door de plaatselijke fotograaf:

 

Sara Seijffers, het nichtje van Leentje Seijffers, ca. 1936.

(Foto: collectie Werkgroep Struikelstenen Uden)

Rosa en Bram Wolf vieren nog een huwelijks jubileum, vermoedelijk 1926:

Foto: collectie Werkgroep Struikelstenen Uden

Al die tijd is Leentje in Uden en maakt zij deel uit van het gezin van haar zus Rosa. Dochter Cato zal niet trouwen en woont ook op de Veghelsedijk 34. In 1933 overlijdt plots Bram Wolf.

Vanaf dat moment wonen Leentje Seijffers en haar zus Rosa met haar dochter Cato in het huis aan de Veghelsedijk. Louis woont dan al enkele jaren met zijn gezin in Oss.

 

Rosa en Leentje Seijffers.

(Foto: collectie Werkgroep Struikelstenen Uden)

Op 10 mei 1940 breekt de oorlog uit. In eerste instantie lijkt het voor de Joden allemaal nogal mee te vallen.

In 1941 krijgt iedere Nederlandse burger een persoonsbewijs. Bij Joden wordt er een letter J in gestempeld.

 

Dan worden de Joden steeds meer als groep gescheiden van de rest van de bevolking. Ter illustratie een opsomming van slechts een klein deel van alle maatregelen die worden getroffen:

  • Het wordt Joden verboden in bioscopen te komen.
  • Vermogens boven de 10.000 gulden moeten ingeleverd worden.
  • Joden mogen niet in zwembaden komen.
  • Joden mogen niet in cafés komen of op veemarkten of bij kappers.
  • Auto’s en andere rijtuigen worden ingevorderd.
  • Vanaf januari 1941 moeten alle Joden of personen met tenminste één Joodse grootouder zich melden.
  • In 1942 mogen Joden niet meer zonder vergunning reizen.
  • In mei 1942 zijn ze verplicht een Jodenster te gaan dragen.
  • In juni 1942 mogen ze geen telefoon meer hebben en moeten hun fietsen ingeleverd worden.
  • Ook in juni 1942 moeten ze hun hele vermogen inleveren tot op 250 gulden. Alsook al het goud en zilver.
  • Juli 1942 mogen Joden alleen gaan winkelen tussen 3 en 5 uur en ze moeten binnen blijven van 8 uur 's avonds tot 6 uur 's ochtends.
  • Ze mogen niet meer bij ariërs komen.
  • Alle Joodse eigendommen als huizen en grond worden in beslag en in bezit genomen.

Op 27 augustus 1942 komt in Noord Brabant de eerste grote oproep voor Duitsland voor Joden. Zij moeten zich op 28 augustus melden in Den Bosch om van daaruit gezamenlijk naar Westerbork te gaan. Bij deze oproep zit ook Cato Wolf. In Den Bosch krijgt Cato te horen dat ze weer naar Uden mag omdat haar moeder erg ziek is en ze haar moet verzorgen. Cato loopt met haar koffer terug naar Uden.

 

Onderweg komt ze een Udense agent tegen die haar achterop zijn fiets mee terug neemt naar Uden.

 

 

Het koffertje van Rosa Seijffers dat door Cato bewaard is gebleven.

Foto: collectie Werkgroep Struikelstenen Uden

Begin september 1942 wordt bij alle Joden opgeschreven wat er aan meubilair binnen staat. De bezittingen van Cato worden omschreven als: waardeloze zaken.

Een week later krijgen ze nogmaals bezoek, nu voor de bezittingen van Rosa. Totale waarde: 83 gulden. Al wat aan voorraad eten aanwezig was is meegenomen.

Dan verschijnt ineens eind maart 1943 in de kranten dat alle Joden o.a. uit Noord Brabant zich voor of op 10 april 1943 vrijwillig moeten melden bij kamp Vught.

Op 9 april, Leentje is dan 80 jaar, komt een overvolle bus vanuit Veghel in Uden Leentje Seijffers ophalen. Thé van Lanen ziet hoe Leentje, met het beetje bagage wat ze bij zich heeft, de opstap in de bus niet kan maken. Hardhandig wordt ze opgepakt en in de bus geduwd.

 

Door deze actie zit kamp Vught overvol. Op 8 mei 1943 komt opeens het vreselijke bericht dat alle ouderen zullen worden overgeplaatst naar Westerbork. Het aantal van 1500 moet gehaald worden en daarom moeten ook alle gezinnen met meer dan 3 kinderen mee.

 

Een kampgevangene schrijft over dit transport in zijn dagboek:

Oude mensen, gesteund tussen jonge. Die niet konden lopen bracht men in kruiwagens. Ze hebben 2 uur gestaan en zijn toen alle ingeladen.

 

Leentje wordt in Westerbork opgenomen in barak 85, het ziekenhuisbarak.

Het was een merkwaardig transport dat op 11 mei vertrok uit Westerbork. Het bestond in meerderheid uit zieken en bejaarden. Alle zijn direct bij aankomst op 14 mei 1943 in Sobibor vermoord. Leentje was toen net 81 jaar oud.

 

Rosa en Cato blijven angstig achter in Uden. Ze zijn zo bang geworden dat ze ’s nachts niet meer alleen in hun huis aan de Veghelsedijk durven te blijven.

 

 

Thé van Lanen, wonend op het Groenewoud, de zoon van kennissen van Rosa, blijft daarom elke nacht in het huis aan de Veghelsedijk slapen bij de 2 bange vrouwtjes, met gevaar voor eigen leven, tot de oorlog voorbij is.

Thé van Lanen.

Foto: collectie Werkgroep Struikelstenen Uden


Rosa en Cato maken in september 1944 de bevrijding van Uden mee. Rosa is dan 83 jaar en Cato 50 jaar.

in de deuropening staat Cato Wolf. Op de tank zitten Thea Hoefs (links) en een onbekende vrouw.

(Foto: collectie Familie Hoefs)

Na de oorlog is het lange wachten op de terugkeer van dierbaren begonnen. Rosa's zoon Louis, Bertha en hun 3 kinderen zullen niet meer terugkeren. Voor hen liggen Struikelstenen in Oss in de Floraliastraat.

 

Rosa overlijdt enkele maanden na het officiële einde van de oorlog aan een natuurlijke dood, op 17 november 1945.

 

Cato blijft tot 1974 aan de Veghelsedijk wonen en tot haar dood in 1986 in SintJan Uden.

 

Sara Seijffers wordt in Auschwitz vermoord op 4 juni 1943. Zij gaat een gedenksteen krijgen in Apeldoorn. 

 

Rosette van Zwanenbergh wordt met haar man en kindje van anderhalf vermoord in Sobibor. Voor hen liggen Struikelstenen in de Molenstraat in Oss.